Het betreft hier twee keer een zogenaamde ‘Lat’, ook wel boot- of kanogeld genoemd, uit het koninkrijk Luang Prabang, gelegen in Noord-Laos. Dit koninkrijk ontstond in 1707, nadat het zich had afgesplitst van het koninkrijk Lanchang (Lan Xan). In het jaar 1690 sterft de Lanchangse koning Sulinya Vongsa (alsof deze namen allemaal al niet moeilijk genoeg te onthouden zijn, zijn gehele titel was ‘Somdetch Brhat Chao Suriya Varman Dharmika Raja Parama Pavitra Prasidhadhiraja Sri Sadhana Kanayudha’), waarna er een geschil uitbreekt over de opvolging van de troon. Na enkele kort heersende ursurpers, grijpt een kleinzoon van de overleden koning, Sai Ong Hue genaamd, de macht.
Sai Ong Hue was echter niet de eerste in de lijn van de troonopvolging; Koning Sulinya had behalve twee dochters (waarvan Sai Ong Hue een zoon was) ook een zoon gekregen. Deze zoon werd weliswaar ter dood veroordeeld wegens overspel in zijn Harem, maar zijn twee zoons Kitsalat en Inta Som, waren de eigenlijke troonopvolgers. Sai Ong Hue was het hier echter niet mee eens, en liet de twee zonen verbannen. Kitsalat wist echter in 1705 met een klein leger van zijn oom, het noordelijke deel van Lanchang over te nemen, en doopte zijn deel om in Luang Prabang, met als hoofdstad (je raad het al) de stad Luang Prabang.
Twee jaar lang voerde deze neven oorlog, totdat in 1707 koning van het naburige Ayutthaya hen tot vrede riep. Het koninkrijk Ayutthaya was al eeuwen in oorlog met Lanchang en zag nu zijn kans om het koninkrijk voor eeuwige te verzwakken. Sai Ong Hue (inmiddels koning Sai Setthathirat II) doopte het overige deel van Lanchang om in Vientiane, met als hoofdstad (weer zo origineel) Vientiane.
Kitsalat werd de eerste koning van Luang Prabang en zijn broer werd de derde koning van het land. Het koninkrijk Luang Prabang bleek echter niet zo machtig en werd verscheidene keren aangevallen door piraten en andere naburige machthebbers. Nadat het in 1887 zwaar werd verzwakt door het zogenaamde ‘black flag army’, accepteerde het land het protectoraatschap van Frankrijk, en werd in feite een deel van Frans-Indo China. In naam was Luang Prabang nog een autonome staat, maar in de praktijk werden de politieke beslissingen vaak gemaakt door de Franse overheersers. Het koninkrijk zou tot ongeveer 1946 blijven bestaan, in dit jaar werden alle gescheiden koninkrijkjes in Laos verenigd en in 1953 werd het land Laos officieel onafhankelijk.
De datering van deze 'latten' licht dus van 1707 tot 1887, maar hoewel er hiervoor, in Lanchang, ook dit soort 'munten' werden gegoten is deze waarschijnlijk niet zo absoluut. Deze twee exemplaren zijn van koper, maar zij worden ook wel eens in het brons of in een lage biljoen legering gevonden. Mijn twee exemplaren wegen rond de 77 (!) gram, het geen redelijk zwaar is hiervoor (hoewel ze ook wel nog zwaarder worden aangetroffen), en zijn rond de 112 mm lang.
Ik heb er twee, dus als iemand er eentje wil kopen
Groet,
Mika



