Grappig, de originele foto's zijn intussen verdwenen van de site maar ik kreeg onlangs een reactie uit België. Daar waren een paar enthousiastelingen bezig met de geschiedenis van de Van Trierstraat in Antwerpen welke 150 jaar bestaat. Bij archiefonderzoek kwam men erachter dat de historie veel verder teruggaat en daar kwam men ook Marius Carduinus tegen.... De geschiedenis van deze Italiaan in dienst van Filips II, de koning van Spanje, is boeiend. Zo vocht hij onder andere in de lage landen tegen de legers van Willem van Oranje en huwde hij in Metilda van Os (waarschijnlijk) een telg uit het geslacht welke ook de VOC hielp oprichten. Hieronder staan de foto's van de penning.
Huwelijkspenning.jpg
HuwelijkspenningA .jpg
Hierna volgt de tekst zoals deze in het boek staat over de Van Trierstraat in Antwerpen. In cursief staat de tekst zoals deze in het boek bij een foto hoort. Met grote dank aan één van de schrijvers die contact met mij zocht: Gerd Thijs!
Een Italiaan met negen namen
VT55 – Twee bladzijden uit de akte van 1679 waarin Anna Maria Trognesius de grond, waarop later de Van Trierstraat zal ontstaan, verkoopt aan Adrianus Bosschaert. Hierin vinden we ook voor het eerst de verwijzing naar de naam, ‘Het Hoog Veld’.
In hoofdstuk 1 zagen we hoe Gilbert Van Schoonbeke het Leikwartier ontwikkelde en succesvol gronden verhandelde. De naam van de initiële koper van het perceel waarop uiteindelijk de huizen van de Van Trierstraat zouden verrijzen, is verdwenen in de nevelen van de tijd. Informatie uit documenten uit de Tresorij en de Rekenkamer die dateren van rond circa 1570 (decennia later) maakt het ons mogelijk de kavel toe te wijzen aan een Italiaan, Mario Cardoino.
Het feit dat het om een Italiaan gaat, kan in eerste instantie verrassen. In de gouden zestiende eeuw was Antwerpen echter een wereldstad met een mengelmoes van nationaliteiten. Er waren hier aanzienlijke groepen Spanjaarden, Portugezen, Duitsers, Engelsen … en Italianen. Wanneer we de historische vermeldingen samenleggen, krijgen we een beeld van de man. Zijn naam kent wel negen schrijfwijzen: Carduinus, Carduin, Carduino, Carduini, Cardoini, Cardoni, Cardoino, Cardogno en Cardoigno. Ondanks het grote aandeel mercantiele Italianen in de stad, was Cardoino zelf geen handelaar. Hij was in eerste instantie een militair die een niet-onbelangrijke rol speelde in de eerste twintig jaar van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648).
Cardoino aan het hoofd van Waalse troepen
We komen Mario Cardoino voor het eerst tegen tijdens de slag bij Oosterweel van 13 maart 1567. Tijdens dit treffen verdrijven de troepen van landvoogdes Margaretha van Parma de laatste overgebleven opstandelingen (de Geuzen) uit Antwerpen. Op dat moment is zijn militaire rol nog niet duidelijk maar duikt zijn naam al wel op in het lijstje grondbezitters van de Lei. Wanneer Cardoino’s naam in 1573 opnieuw verschijnt, is zijn positie duidelijker. In dat jaar richt men zeven nieuwe Waalse regimenten op, om het Spaanse bestuur te ondersteunen. Cardoino staat aan het hoofd van vier vaandels die deelnemen aan de campagnes van de Spaanse troepen in Nederland. Ze worden geprezen voor hun uitzonderlijke moed. Requesens, die de hertog van Alva opvolgde als landvoogd, roemt hen: “Sans contester que les Wallons se battent aussi bien que les Allemands, mais coûtent moins …” In de jaren 1574-1576 worden ze vermeld bij de belegeringen van Leiden, Woerden (in de provincie Utrecht) en Zierikzee. Typisch voor de afloop van zo’n beleg zijn de muiterijen bij de Spaanse en de Waalse troepen. Deze zijn, net als de Spaanse Furie, het gevolg van het bankroet van de Spaanse staat. Men kan de soldaten geen soldij meer uitkeren en laat hen aan hun lot over. Bernardino de Mendoça, Spaans legeraanvoerder, diplomaat en tijdgenoot schildert een negatief beeld van Cardoino, die zich na de Spaanse Furie in Antwerpen misdroeg tegenover Staatsen, vrijbuiters en manschappen die overgelopen waren: “Ces deux officiers étaient à la tête de régiments wallons; Mondragon avait été prisonnier de ses propres soldats après la prise de Zierikzée le régiment de Mario Carduini passa au service des États généraux peu après le sac d’Anvers. Le coronel Mario Carduini fut fort maltraité des Estats et Vrybutters même de ses propres capitaines quand ils eurent signés pour les Estats monsieur Du Cerf qui était son lieutenant coronel fut élu en sa place audit Schoonhove.“
Cardoino was een officier in dienst van de Spaanse koning. Dat hij rond 1570 grond in Antwerpen bezit, is logisch gezien de hertog van Alva hier de dienst uitmaakte. Na de Spaanse Furie in 1576 trekken de Spaanse soldaten weg en tot 1585 verzet de stad zich actief tegen een Spaanse overheersing. De kans dat Cardoino in deze periode kon genieten van zijn lusthof in de Lei is bijzonder klein.
In dienst van Farnese
In 1578 wordt Alexander Farnese, hertog van Parma, landvoogd van de Nederlanden. Vanaf 1581 start hij pogingen om de Nederlanden te heroveren. Mario Cardoino komt aan het hoofd van een van de twee Italiaanse regimenten, datzelfde jaar opgericht. Anders dan vroeger, toen hij Waalse hulptroepen aanvoerde, maakt hij nu deel uit van het reguliere Spaanse leger. Daar noemt men zo’n regiment een tercio, omdat het ongeveer 3000 manschappen omvat. In de Nederlandstalige editie van De Bello Belgico decades duae, 1555-1590 over de geschiedenis van de Tachtigjarige Oorlog, in 1602 geschreven door de Italiaanse jezuïet Famiano Strada lezen we: “De Koningh, Alexanders raedt volgende, sondt vijf duysent Spanjaerden en vier duysent Italianen in vier regimenten verdeeldt na Neerlandt: en voor oversten ghenoemt over de Spaensche regimenten Petrus Pacins, diese soude leyden en Christoffel Mondragon, die in Neerlant was: over de Italianen Marius Carduinus een Napolitaen diese desgelijcks soude leyden en Camilus del Monte die ook in Neerlant woonde. En dese twee (met de andere Italiaensche benden die voor dees in dese landtschappen gedient hadde) zijn de eerste Italiaensche regimenten geweest die in ’t leger van Neerlant geraeckt zijn: met soo veel te grooter eer der oversten hoe wel men toe vrij wat nauwer sagh om de bequamste tot dit ampt te verkiesen.” Bovendien was hij in 1583 een tijdlang gouverneur van Lier.
We treffen Cardoino voor een laatste maal in het strijdgewoel tijdens de slag van Fort Liefkenshoek op 7 juli 1584. In dit bloedbad sneuvelden 600 soldaten. Verder zijn er brieven bewaard van Mario Cardoino aan Alexander Farnese, Margaretha van Parma en haar secretaris Masi uit 1582 over de militaire operaties in Vlaanderen. Zijn naam komt ook een aantal keer voor in de briefwisseling tussen kardinaal De Granvelle en Margaretha Van Parma uit dezelfde periode. Hieruit blijkt opnieuw dat de man een aanzienlijke rol speelde in de Spaanse Nederlanden. Waarschijnlijk is Mario Cardoino rond 1586 overleden.
Meer dan een militair
Xxx – Titelblad van La Santa Comedia van Mario Cardoino, uitgegeven door Pietro Bizzarri in Venetië (1566).
Xxx – Herdenkingsmunten van het huwelijk van Metilda van Os en Mario Cardoino. Opschrift “Marius Carduinus Metilda Van Os” respectievelijk “Non amico frangenda hosti quae servanda” (Breek niet voor een vriend wat je voor een vijand moet bewaren).
Uit de historische bronnen die we hoger bespraken, leerden we Cardoino vooral als militair bevelhebber kennen. Hoe en wanneer hij in Antwerpen aankwam is onduidelijk, maar mogelijk was hij al medio jaren 1560 aanwezig in de stad. Zijn vriend Tomaso Porcacchi Castilione (1530-1585), auteur en cartograaf, vermeldt hem in zijn boek l’Isole piu famoso del mondo: “ne sono stato informato dal molto illustre et molto generoso Signor Mario Cardoini, Colonnello di Filippo Re Catholico in Fiandra.” Op dat moment zou Cardoino banneling aan het hof van de Engelse koning Edward VI geweest zijn. Zonder meer diepgaand onderzoek is het niet duidelijk wanneer deze ballingschap exact plaatsvond.
Ook Pietro Bizzarri (1525–1586), Italiaans historicus en spion, is een vriend. Bizzarri woont een tijd in Antwerpen en begeeft zich in de kringen die ook drukker Plantijn frequenteerde. In 1566 brengt hij een nieuwe editie uit van Cardoino’s toneelstuk La Santa Comedia. Het stuk schopt het tot op de lijst van verboden boeken … wellicht interessante lectuur dus! Het is duidelijk dat Cardoino meer dan alleen maar een vechtersbaas was.
Bizzarri’s publicatie Historia della guerra fatta in Ungheria dall' inuittissimo Imperatore de' Christiani, contra quello de' Turchi (1568) licht een tipje van de sluier die over Cardoino’s privéleven hangt. We komen te weten dat hij met ene Metilda van Os trouwde. Dit wordt bevestigd door een herdenkingsmunt waarmee het huwelijk werd vereeuwigd.
Over Metilda van Os tasten we grotendeels in het duister. Gezien zijn status, vermoeden we dat hij zijn bruid in de hogere Antwerpse kringen ging zoeken. In het Antwerpen van de 2de helft van de 16de eeuw vinden we een invloedrijke familie van Os. Dirck van Os (1556-1615) was de zoon van Dirck van Os senior, een tapijtwever en inwijkeling uit ’s Hertogenbosch. Als kapitein van de schutterij was hij betrokken bij de overgave van de stad aan de hertog van Parma in 1585, beter bekend als de Val van Antwerpen. Hij verhuist naar Amsterdam. In 1602 is hij koopman, reder en financier en geniet hij vermaardheid als medeoprichter van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC).
Was Metilda een lid van de bovenvermelde familie van Os? We weten het niet zeker. Toen ze huwde met Cardoino waren de spanningen tussen de Nederlanden en de Spanjaarden nog niet op de spits gedreven en was de verbintenis voor beide partijen wellicht een goede zaak. Maar heeft hun band de politieke en religieuze problemen overleefd? Als Italiaans krijgsheer in dienst van het Spaanse gezag stond hij aan de katholieke kant, terwijl op zijn minst een deel van de familie van Os met protestantse sympathieën tegen Filips II streed en daarna zelfs naar het noorden trok.
Voor wie er nog mocht aan twijfelen: Cardoino is beslist een intrigerende figuur. Hoe kwam hij bijvoorbeeld in Antwerpen terecht en waarom kocht hij deze grond buiten de stadsomwalling? Vanuit zijn positie moet hij een goed zicht gehad hebben op de politieke en militaire situatie en de risico’s die zo’n aankoop met zich meebracht. Bestond het speelhof (een kleiner domein dan een hof van plaisantie) al bij aankoop? Of verwierf hij eerst het perceel en trok hij daarna het gebouw op? Heeft hij er zelf vertoefd, rust zoekend tussen zijn veldtochten door, of was het voornamelijk voor Metilda bestemd? Of ging het om een belegging en werd het goed verpacht? Zijn verhaal nodigt uit tot verder onderzoek maar dit zou ons te ver weg leiden van onze straatgeschiedenis.
Je hebt niet voldoende permissies om de bijlagen van dit bericht te bekijken.