Penninkies

Plaats hier berichten over penningen die nog niet in de andere onderdelen zijn benoemd.
grivnagozer Nederland
Moderator
Moderator
Berichten: 2676
Lid geworden op: 28 jul 2009, 01:47
Locatie: rotterdam

Penninkies

Bericht door grivnagozer » 11 jan 2011, 21:48

Jean Baptiste Carbeaux was de eerste beeldhouwer die een penning maakte in de veertiende eeuw. De Nederlandse Gouden Eeuw medailleurs waren Janus Lutma, Pieter van Abeele en Wouter Muller.
Juweliers en edelsmeden maakten eveneens penningen in edelmetalen. Rond 1900 was E. Voet Junior de bekendste maker.

Na 1900 zijn de bekendste medailleurs Henk van Bommel, Willem Vis, Suzanne Esser, Charlotte van der Waals, Fons Bemmelmans, Wilfried Put, Joost van Vlijmen en vader en zoon Noyons.

De edelsmid Bruno Ninaber van Eyben , is momenteel de allerbekendste medailleur. Vanaf 1982 heeft hij het Nederlandse omloopgeld vorm gegeven, alsmede de in 2002 ingevoerde voorkant van de Nederlandse Euro.

Dit artikel geeft hoofdlijnen weer aan de Nederlandse Penningkunst tussen 1898 en 1998.
tja..

Gebruikersavatar
leon voorn Philippines
Donateur
Donateur
Berichten: 1374
Lid geworden op: 01 aug 2009, 21:13
Locatie: hoogeveen....iloilo city

Re: Penninkies

Bericht door leon voorn » 11 jan 2011, 21:53

kijk voor meer penning nieuws in de muntkoerier :wink:
Laatst gewijzigd door leon voorn op 12 jan 2011, 08:32, 1 keer totaal gewijzigd.

grivnagozer Nederland
Moderator
Moderator
Berichten: 2676
Lid geworden op: 28 jul 2009, 01:47
Locatie: rotterdam

Re: Penninkies

Bericht door grivnagozer » 12 jan 2011, 00:07

Naast Hongarije heeft Nederland de grootste hoeveelheid gelegenheidspenningen en historiepenningen op het Europese vasteland. Tot 1887 werden alle Nederlandse penningen in de Oud-Griekse danwel Classissistische stijl vervaardigd.

Het is Lambertus Zijl welke voor het genootschap van Labor et Ars een penning ontwerpt. Het is een penning in de zogenaamde vrije vorm, welke later de Art Nouveau zou worden genoemd, en deze vrije vorm kon de Nederlandse opdrachtgevers eigenlijk niet bekoren. We spreken dan van het jaar 1887.

De grote bulk aan Art Nouveau penningen zijn aangemunt bij het staatsbedrijf La Monnaie de Paris (=het geld van Parijs).

De meeste Nederlandse stempelsnijders (=medailleur) waren niet gemotiveerd om non-commerciële inspanningen te leveren. Lambertus Zijl (Rotterdam 1886-Bussum 1947) was zijn tijd ver vooruit, alhoewel zijn werk geen hoofdberoep was.

C.A. Lion Cachet (1864-1945) was een batikker, keramist, glaskunstenaar, boekdrukker, meubelontwerper en vaste scheepsinterieurontwerper voor de Stoomvaartmaatschappij Nederland alsmede de Koninklijke Paketbootmaatschappij. Voor de lol ontwierp deze man ook penningen.

Chris J. van der Hoeff (1874-1932) had eveneens andere werkzaamheden als gevestigd kunstenaar. Thans zijn zijn penningen de duurste exemplaren in de 20-ste eeuw aan te duiden. Van der Hoeff ontwierp veel ramppenningen (Windhoos Borculo 1927) en aviatie der KLM als thematiek.

In 1898 bestijgt Wilhelmina de troon der Nederlanden en tal van penningen herdenken dit feit. De enige niet-Classisistische penning welke mij bekend is behoort toe aan de kunstenaar J.C. Wienecke (Heiligenstadt 1872- Apeldoorn 1945), de veelzijdige man dewelke na deze opdracht uitsluitend stempelsnijder annex medailleur kon blijven met een eigen, afwijkende stijl. In 1914 ontwerpt hij een penning voor de voorloper van de Nederlandse Spoorwegen, de Hollandsche Stoomvaartmaatschappij, welke dan 75 jaar bestaat.

Grondleggers van de Moderne Penningkunst naast Chris van der Hoeff zijn:

1) Toon Dupuis (1877-1937). Geboren te Antwerpen bezoekt hij de Académie des Beaux-Arts, en zijn eerste lessen ontving hij van zijn vader. De familie Dupuis is in België een gerenommeerd beeldhouwersgeslacht. In 1898 verhuist Toon naar Den Haag, waar hij vele portretten in opdracht vervaardigd. Een voorbeeld hiertoe is de Wilhelminapenning van het 25-jarig regeringsjubileum in 1923.

2) Fré Jeltsema (1879-1971). Fré is 1 van de weinige Nederlandse medailleurs welke rond 1900 internationaal geprezen werd. De wereldtentoonstelling van Brussel in 1910 en Gent 1913 beloonde hem met een zilveren medaille voor diens penningen. In New York 1911 op de grote Exhibition of coins and Medals was Fré een welgeziene gast. Frankrijk en Duitsland prezen zijn werk om "diepgaande harmonieuze rithmiek en ruimtegevoel".
Fré studeerde in Groningen aan de Minerva-academie en aan de Rijksacademie, met als leraar Ferdinand Leenhoff. In Parijs volgde hij lessen bij Jules Chaplain, de Fransman welke in Frankrijk de weg baande voor Art Nouveau penningkunstenaars. Jeltsema won in 1902 de gouden Prix de Rome, en was gast aan huis bij de schildersfamilie Hendrik en Sientje Mesdag (-van Houten). In 1906 vervaardigde hij in opdracht van de schilder Mesdag diverse portretpenningen van intimi als de Haagse School-schilders Jozef Israëls en Hendrik Breitner.
Zijn vooroorlogse penningen zijn vol élan, doch in 1935 krijgt Jeltsema een depressie en voelt zich het miskend talent. Na 1940 vervaardigde hij nog penningen, welke getuigen van routine.

3) Pier Pander (1864-1919). Deze Fries bezocht de Quellinusschool en de Rijksacademie van Amsterdam. Pier wint in 1885 de gouden Prix de Rome. Daarna studeert hij aan de École des Beaux-Arts te Parijs als leerling van Jules Cavelier. De avant-gardebeweging ging zijn werk volledig voorbij en zijn penningen getuigen als pure voorbeelden der neo-classisistische ofwel laat-Griekse stijl. De portretpenningen hebben niet het gebruikelijke randschrift dat Neo-Classisisme dragend heeft, de koppen vloeien als het ware over in de achtergrond, evenals dat de gebruikelijke heraldiek meer in het metaal gevangen zit dan diens voorgangers. Pier Panders hoofden raken nooit de rand van de penning, hetgeen gebruikelijk was in deze periode.
tja..

grivnagozer Nederland
Moderator
Moderator
Berichten: 2676
Lid geworden op: 28 jul 2009, 01:47
Locatie: rotterdam

Re: Penninkies

Bericht door grivnagozer » 12 jan 2011, 00:30

In Nederland was de stelregel dat je student moest zijn aan de Rijksacademie van Amsterdam, wilde je als medailleur opdrachten ontvangen.

Jan Bronner (1881-1972) werkte in 1914 tot en met 1947 als hoogleraar aan deze Rijksacademie en was van professie beeldhouwer. Meer met beelden bekend naast mensen als John Raedecker (1885-1956) en Hildo Krop (1884-1970) dan als medailleur in baanbrekend Art- Déco werk. Als penningkunstenaar gaf hij les aan de Tweede Lichting, en dientengevolge is hij de nestor van de Nieuw Nederlandse Penningkunst.

De penning wordt nu gebruikt als visitekaartje van de beeldhouwer volgens Bronner's filosofie. Beide Zijden moeten op elkaar aansluiten, dus de stijl mag niet verschillen. De meeste penningen van Bronner zijn door de man zelf vernietigd. Een gedreven perfectionist wiens overlevend oeuvre bestaat uit 3 penningen, waaronder de penning uit 1932 voor 300 jaar Universiteit van Amsterdam. Zijn Penningkunst is mathematisch juist, doch er zit geen 'muziek' in, om te spreken met tijdgenoot Piet Esser (1914-2004).

Piet Esser volgt in 1947 Bronner op als penningkunstenaar bij de Rijksacademie van Amsterdam en geeft les aan de Derde Lichting.

Bronner's leerlingen:

1) Mari Andriessen (1897-1979) volgde les aan de Kunstnijverheidsschool in zijn geboortestad Haarlem. Daarna verlaat hij Haarlem en gaat als Beeldhouwer werken onder leiding van Jan Bronner aan de slag. Vervolgens verhuist Mari naar München en gaat in de leer bij de sculpturist Bernhard Bleeker. In 1926 wint hij de zilveren Prix de Rome.
In Nederland is Andriessen vooral bekend als vervaardiger van oorlogsmonumenten, zoals de Dokwerker te Amsterdam.
Penningen maakt Andriessen voor de lol. In 1977 wordt een Andriessententoonstelling georganiseerd ter gelegenheid van diens tachtigste verjaardag; en onderdeel uitmakend zijn slechts 5 penningen te zien in samenhang met de staande bronzen beelden.
Andriessen eigende zich methodes toe om zijn idee over een beeld niet alleen op papier te zetten, doch eveneens in metaal als vingeroefening te vereeuwigen. Het 40-jarig regeringsjubileum van Wilhelmina in 1938 is zijn meest bekende werk.
Na 1955 raakt hij geobsedeerd door de klassieke muziek; zijn familie is zeer muzikaal en Mari speelt zelf de cello. Nu ontstaan éénzijdige penningen met componistenhoofden. Ook andere bewonderde kunstenaars als schilder Kees Verwey (1900-1995) en schrijver Louis Couperus(1863-1923) zien dan het licht.

2) Paul Grégoire (1915-1988) schreef: "over penningen schrijven zijn goede bedoelingen niet genoeg".
Het enfant-terrible der pennigkunstenaars was een geboren Amsterdammer en zoon van de Limburgse glazenier Jan Grégoire. Paul was fanatiek leerling van professor Jurren van schilderkunst, daarna van Bronner als sculpturist. In 1941 wordt hij het hulpje van Mari Andriessen. Na de Tweede wereldoorlog rust zijn bekendheid door Oorlogsmonumenten, waaronder dat van de Loosdrechtse Duinen. Wonend te Laren geeft hij als hoogleraar les aan de Rijksacademie van Amsterdam van 1951 tot en met 1980 als opvolger van Bronner. Er zijn meer dan 50 verschillende penningen bekend van diens hand.
In 1938 komt diens eerste penning, de 16-eeuwse componist Carlo Gesualdo tot stand.
In 1954 volgt de meest bekende: de prtretpenning van Beatrix als puber van 16 jaar. In 1975 sluit hij zijn oeuvre af met een penning van de Nederlandse Vereeniging van Penningkunst, welke dan 50 jaar actief is.

3) Louise Metz (1918- 2004) was bij Jan Bronner studente van 1937 tot en met 1941. Vooral bekend door de portretpenning van het internationaal Erasmusjaar 1969.
Quinten Metsijs (1466-1530) maakte ook een portretpenning van Desiderius Erasmus, en wel in 1519, daar hij een persoonlijke vriend van Erasmus was. Deze penning is 1 der eerste Hollandse penningen der Hollandsche Renaissance welke bewaard is gebleven.

4) Nico Onkenhout (1918-1989) sneed voor zijn lol houten sculpturen; op voorspraak van jan Bronner kan hij de Rijksacademie te Amsterdam volgen. In 1947 wint hij de zilveren Prix de Rome. Tevens was hij lieveling van de Amsterdamse CPN burgemeester Arnold d'Ailly (1902-1967), welke hem vele opdrachten opleverde. In 1968 wordt zijn enig bekende zilveren penning gepresenteerd aan prinses Wilhelmina postuum, welke penning het bekendste werk is van Nico.

5) Theresia van der Pant (1924 Schiedam) is een sculteuse, doch kreeg bij Bronner les en werd later zelf docente aan de Rijksacademie van Amsterdam. In 1947 werkt zij 3 jaar bij Piet Esser. In 1950 krijgt zij een internationale studiebeurs aangeboden, en gaat ze onder de Belgische medailleur Oscar Jespers (1887-1970) te werk aan de Nationale Hogeschool te Brussel. In 1953 wint zij de zilveren Prix de Rome, en aansluitend maakt ze een reis langs de belangrijkste kunstcentra van Italië. Na een tijd in Milaan op het atelier van Giacomo Manzú (1908-1991) te hebben gewerkt, ontvangt zij in 1987 de Judith Lijster-Prijs.

Theresia maakt penningen voor het Rijksmuseum te Amsterdam, de Vereniging van penningkunst, de Stichting Vrienden van het Amsterdamse Bos en Excerpta-Medica. Naast penningen zijn haar dierplastieken zeer geprezen.
In 1968 geeft de staat Israël haar de opdracht om een penning te ontwerpen ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van de natie. De penning toont zowel Nederlandse als Hebreeuwse tekst van de bijbeltekst Jesaya 35:1: de verwachting dat wat voorheen woestijn was zal opbloeien.
De Koninklijke Begeer te Voorschoten is de penningleverancier van Nederland. De Hebreeuwse Penning van Theresia werd in 1987 tot mooiste penning van de eeuw door numismatici uitverkozen.

6) Niel Steenbergen (1911-1997) was een notariszoon, maar wilde tegen de wil van de familie in persé beeldhouwer worden. Allereerst leerde hij in Antwerpen bij Ernest Wijnants (1878-1964), alvorens in 1936 bij Bronner in de leer te gaan aan de Rijksacademie van Amsterdam. In 1938 wint Niel de gouden Prix de Rome; na 1945 woont en werkt hij in Teteringen en Oosterhout. Naast portretpenningen leeft Niel zich uit in de historie-, liturgie- en stadspenningen; het gros der bronzen maakt hij tussen 1965 en 1985. Hoe later de penning, hoe minder open vlakten op de beeldenaar. Na 1980 staat zowel de voorzijde als de achterzijde volgepropt met toepasselijke symboliek.

7) Albert Termotte (1887-1979) was een Belgische meubelmaker van het hoger Instituut voor Architectuur en Sierkunst in Antwerpen. Vervolgens was hij een leerling van George Minne (1866-1941) aan de Koninklijke Academie van Gent. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vlucht hij in 1915 naar Nederland.
Albert is 1 der eerste leerlingen van Jan Bronner die in 1915 net 1 jaarals docent aan de Rijksacademie van Amsterdam verbonden is. Albert was toen 6 jaar jonger dan Jan. Na een tijd in Voorburg te hebben gewoond en gewerkt, wordt Albert Termotte in 1932 het staatsburgerschap van Nederland toegekend.
Albert maakte 30 verschillende penningen tussen 1931 en 1960; in 1960 was hij 73 jaar oud en vond hij het welletjes.

Het meest bekende werk is de penningen rond Cervantes. een Spaanse schrijver in 1947 en Drs. Mendes-da-Costa in 1960, welk veel betekende voor zowel de geneeskunde van het lichaam en de kunstenaarsziel, daar hij in zijn vrije tijd beeldhouwer was.

8) Dirk Bus, geboren Hagenees (1907-1978) begon als een leerling bij jan Bronner en richtte na 1932 in Den Haag aan de Koninklijke Academie een eigen leersstoel in Hij gaf les aan Guus Hellegers (1937) en Geurt Brinkgreve (1917-2005).
http://www.hellegers.com/


9) Tot slot kan Gerrit van der Veen (1902-1944) niet ontbreken, daar zijn penningen de meest betrokken zijn; alle hoofden zijn zogenaamde karakterkoppen, en dientengevolge voelen de penningen ruw in plaats van glad aan. De in 1958 tentoongestelde Lucas van Leyden-penning (1494-1533) in de collectie van het Rijksmuseum te Amsterdam is destijds abusievelijk eerst als zelfportret van de kunstenaar tentoongesteld, alvorens de organisator door Gerrit zelf erop geattendeerd werd dat het portret van Lucas van Leyden was, overgenomen van een in Brunswijk hangend zestiendeeeuws schilderij. Pas toen Gerrit met een ansichtkaart de organisator kon overtuigen van diens gelijk, stamelde de man: "maar U kon toch niet ontkennen dat de gelijkenis treffend is tussen Lucas en U, mijnheer van der Ven.."
tja..

grivnagozer Nederland
Moderator
Moderator
Berichten: 2676
Lid geworden op: 28 jul 2009, 01:47
Locatie: rotterdam

Re: Penninkies

Bericht door grivnagozer » 12 jan 2011, 01:56

Zelfonderrichten of autodidacten krijgen zelden grote opdrachten. Geen les van Bronner, en toch voldoende penningen.

3 meestermedailleurs die een belangrijk aandeel hebben in de Hollandse penninghistorie, welke bewezen hebben dat sommige penningen tijdloos kunnen overkomen als ware deze gisteren gemaakt.

1) Fred Carasso (1899-1969) verliet zijn Italiaanse vaderland in 1922, op de vlucht voor het fascisme van Benito Mussolini, de Italiaanse Dictator. Na een zwervend bestaan te hebben geleid vestigt hij zich in Amsterdam. Etalagepoppen ontwerpen en figuursnijden in een meubelwerkplaats gaven hem een inzet en begaafdheid dat hij spoedig bekend was in Holland als 1 onzer bellangrijkste sculpturisten. Fred liet naast oorlogsmonumenten veel penningen achter in de Vrije Vorm (allesbehalve rond) en driedimensionaal, waarvan de bekendste Verenigingspenning Leda en de zwaan uit 1967 is.
De maffe composities kwamen voort uit veelvuldig zuivelgebruik. Fred had de rare gewoonte nooit rechtstreeks zijn boterhammetje op te eten! Eerst had hij het beleg van zijn boterham apart naar binnen gebunkerd. dan verkruimelde hij de broodstukken, rukte ze compleet uit elkaar! Vervolgens rukte hij de melkdoppen van de flessen en speelde net zo lang met het aluminium en de broodkruimels, totdat brood en doprestanten vermengd voor zijn neus lagen.
Artiest pur sang, zag hij de Gave Compositie in de broodrestanten, dan rende hij naar zijn atelier en voila: weer een nieuwe penning ontworpen!

Gek van ritme en beesten, ontwerpt hij in 1955 Variation d'un Théme (variatie op een thema), alwaar een groep herten met elkaar bezig is; het die is alleen een bundel strepen op een oppervlakte kriskras door elkaar spelend. In 1969 heeft hij als door ziekte en moeheid geteisterde persoon in deze penning zijn eigen verloren strijd weergegeven.

2) Charlotte van Pallandt (1898-1992) begon teken- en schilderlessen bij André Lhôté (1885-1962) te Parijs en bij Charles Malfroy (1862-1951). Vele reizen naar Italië maakten haar autodidact. haar portretpenningen geven een kop met open lijnen en zijn éénzijdig te noemen. De dichter Adriaan Roland Holst (1888-1976), eens haar minnaar, krijgt in 1963 voor zijn bedprestaties een penning van haar, voor de lol. Hetzelfde voor nog een andere minnaar van de barones, de dichter J.H. Leopold (1865-1925), wegens bedprestaties postuum in 1963. Charlotte was toen 55 jaar oud.
Met een gat van jaren besluit zij als 70 jarige toe te zijn aan wat nieuws. In 1973 volgt de Desiderius Erasmuspenning als enige penning van iemand die ze niet persoonlijk heeft gekend.

3) De laatste autodidact is Han Wezelaar (1901-1984), welke de Amsterdamse Kunstnijverheidsschool doorliep, om vervolgens privéles te krijgen van Johan Polet (1894-1971) in Haarlem. Han wil naar Parijs om aldaar te wonen en vestigt zich alhier in 1924. Een introvert stille figuur, die zichzelf omschrijft als "langzame groeier en groot veranderaar'.
In 1940 maakt hij de Marnix van St. Aldegonde penning, zijnde de schrijver van het Nederlandse Volkslied "Wilhelmus". Daarnaast maakt hij samen met zijn vrouw Liesbeth Wezelaar-Dobbelman (1917-2003) in 1958 een penning van de Deense beeldhouwer Adam Fischer, die dan zijn 75-ste verjaardag viert. De rest van zijnoeuvre zijn familieleden en vrienden van het echtpaar.

Tenslotte is de heer V.P.S. Esser (1914-2004), de deken van de Nederlandse Penningmaker, was de zoon van de letterkundige Maurits Esser. Als Piet in Baarn geboren, wordt hij ontdekt door Lambertus Zijl, en gaat op diens voorspraak in de leer bij Jan Bronner, welke hij in 1947 als docent opvolgt. In 1938 wint hij de zilveren Prix de Rome, waarna hij een tijdje in Zagreb in de leer gaat bij Ivan Mestrovic (1883-1962).

Esser wil geen medailleur zijn, maar wordt het bij toeval wel! De directeur van de Rijksacademie te Amsterdam, Frits van Hall (1899-1945), wil in 1939 Jan Bronner bedanken voor 25 jaar lesgeven, en hiertoe moeten de aanwezige leerlingen een zelfgemaakte penning aan Bronner geven.
Esser's "beeldhouwerstegeltje" geeft hem zijn eerste betaalde opdracht in 1942 van een studentendispuut. Van 1957 tot en met 1972 is hij bestuurslid avn de Vereniging voor Penningkunde. Zodoende moet Piet wel Penningen maken, en zo verschijnt in 1956 voor het internationale Rembrandt jaar een penning van de Meester met de Clownsneus. Van deze penning bestaan tussen 1956 en 1981 meer dan 600 varianten, voordat Piet Esser eindelijk in 1981 tevreden is over het resultaat!
In 1964 ontwerpt hij zijn bekendste werk, dit keer voor het internationale William Shakespeare jaar (Engelse schrijver). Alle portretpenningen zijn voorzien van de clownsneus en gemonoogrammeerd met een hoofdletter R.
tja..

grivnagozer Nederland
Moderator
Moderator
Berichten: 2676
Lid geworden op: 28 jul 2009, 01:47
Locatie: rotterdam

Re: Penninkies

Bericht door grivnagozer » 12 jan 2011, 02:01

Na de Tweede Wereldoorlog komt een nieuwe generatie medailleurs op welke buiten bestek van dit schrijven gaan vallen, daar zij allen leerlingen zijn van Piet Esser.

Zo hebben we:

Ruth Brouwer (1930). 1959 zilveren Prix de Rome http://www.vanderkrogt.net/standbeelden ... A&pagina=1

Auke Hettema (1927-2004) 1951 gouden Prix de Rome

Frank Letterie (1931) 1961 gouden Prix de Rome http://www.frankletterie.nl/

Wilfried Put (1932) ontwierp de portretpenning van Charlotte van Pallandt toen deze in 1978 de naar haar vernoemde sculptuurpijs voor het eerst toekende: maakte eveneens de miniatuurbronzenbeelden in Madurodam. In 1987 de ontwerper van de Piet Esserpenning van de Vereniging voor Penningkunde.
http://www.wilfriedput.nl/pagina/pagina_penningen_a.htm

Eric Claus (1956) penning Boymans van Beuningen 1969 is zijn bekendste werk http://www.ericclaus.nl/

Christien Nijland (1937) 1963 zilveren Prix de Rome

Jannes Limperg (1942) alle penningen hebben een gat in het midden

Ger Zijlstra (1943) watergolven http://www.bonjour.nl/huis/camsuffitaussi , alwaar je les van de penningmeester zelf krijgt

Lucie Nijland (1944) silhouetten

Geer Steijn (1945) 1973 zilveren Prix de Rome http://home.planet.nl/~steyn502/

Christl Seth-Höfner (1933) werkt in Zwitserland

Theo van der Vathorst (1934) In 1982 maakte hij de humoristische penning van een directeur die de Theaterzaal inkijkt om het publiek te bekijken. Veel humorwerk http://www.vandevathorst.nl/medals.html

Marianne Letterie (1945) onder andere Koningin Wilhelmina fonds http://maps.google.nl/maps/place?hl=nl& ... 6982113725

Pépé Grégoire (1950), zoon van Paul Grégoire: ledematen http://www.pepegregoire.nl/

Wien Cobbenhagen (1950) http://www.st-ives.net/selected-art/cob ... /index.htm

en tot slot Taeke de Jong (1948) http://www.wiezoekje.net/click.php?c=bi ... ke-de-jong
tja..

grivnagozer Nederland
Moderator
Moderator
Berichten: 2676
Lid geworden op: 28 jul 2009, 01:47
Locatie: rotterdam

Re: Penninkies

Bericht door grivnagozer » 12 jan 2011, 02:41

Hiermee besluit ik het onderwerp over de belangrijkste Nederlandse penningkunstenaars welke tot een lichting van medailleurs toebehoorden, opdat ze niet vergeten raken. De genoemde personen zijn vernieuwend van karakter, en grijpen niet terug naar het voorafgaande, maar stuk voor stuk zetten zij een kunstzinnige vernieuwingsgolf teweeg in penning-Nederland.

Tot slot nog even een aantal mooie overzichtslinken naar werk van diverse penningkunstenaars:

http://simmonsgallery.co.uk/2001site/me ... ritish.htm

http://www.tussenkunstendesign.nl/index ... egory_id=9

http://www.mevius.nl/vpk.htm

http://www.haffmansantiek.nl/coins/08.html

http://www.vvmbest.nl/overzicht.asp?type=PEN
tja..

Gebruikersavatar
leon voorn Philippines
Donateur
Donateur
Berichten: 1374
Lid geworden op: 01 aug 2009, 21:13
Locatie: hoogeveen....iloilo city

Re: Penninkies

Bericht door leon voorn » 12 jan 2011, 08:31

bedankt voor de leuke links
er valt heel wat te zien.
mvrgr leon voorn

Terug naar “Overige penningen”