Hoofdstuk 6: De munt gaat de oceaan over.

In deze rubriek vindt je veel informatie over het onstaan van de munt. Veel achtergrond informatie en leuke weetjes. Houdt je niet in om leuke weetjes te plaatsen.

Moderator: grivnagozer

grivnagozer Nederland
Moderator
Moderator
Berichten: 2676
Lid geworden op: 28 jul 2009, 01:47
Locatie: rotterdam

Hoofdstuk 6: De munt gaat de oceaan over.

Bericht door grivnagozer » 24 mar 2010, 12:28

In zowel hoofdstuk 4 als 5 lazen we al iets over de grote ontdekkingen. Het verdrag van Tordesilhas uit 1421 tussen Portugal en Spanje betekent dat het westen aan Spanje wordt toebedeeld en het oosten aan Portugal. De Spaanse koning zet een streep op een landkaart en alles wat er onbekend achter ligt valt toe aan de troon van 1 beider landen. Vooral de Republiek der Lage Landen als Engeland zijn het hier niet mee eens, en gaan grote vloten bouwen om overal die Spanjolen en Portugezen goed dwars te zitten.

Amerika is ontdekt door:

Chinezen: Hiertoe wordt echter niets gemeldt, want de Chinese keizer gaat niet om met barbaren.

Noormannen: potscherven op Groenland en Newfoundland wijzen op eerste contacten.

Feniciërs: een uit de koers geraakt Fenicisch schip laat potscherven achter voor de kust van Venezuela...ontdekt door oceanograaf Jacques Cousteau.

1492 Christoffel Columbus: op weg naar Indië denkt hij dat hij er al is.. de Spaanse propagandamachine verklaart het continent Amerika Spaans grondgebied en dit veroorzaakt een run van Europese grootmachten op de Nieuwe Wereld.

Zonder te verzanden in lokale geschiedenissen is het numismatische basiskennis een aantal dingen te weten, welke hier onder vermeldt staan:

Tengevolge Tordesilhas stelt de Katholieke Kerk de bekeringsplicht in voor alle volkeren die ze tegen zullen komen, en om ieder te laten zien hoe goed Jezus Christus wel niet is, worden militaire expedities georganiseerd naar het Nieuwe Land waaraan voor het oog ook wat wetenschappers worden toegevoegd om Gods flora, fauna en vooral grondstoffen te kunnen onderscheiden. En ze noemen dit Conquistadores.

De lokale bevolking van het continent wat Amerika heet, drijft ruilhandel met dierenhuiden, verdovende middelen als marihuana en cocaine, stoffen, schelpen, zout en cacaobonen. Dit gaat BOTSEN, en vooral Europees Christelijk Bedrog vermengt met bacillen zullen de Tolteken, Maya en Azteken, alsmede de Reuzen van Patagonia en diverse Noord-Amerikaanse Indianenstammen vernietigen.

Vind van alles wat God voor ons heeft bestemd, maar vooral Goud, en als dat er niet is, zilver. met de veroveringen van Conquistadores worden grote zilvermijnen ontdekt, en overgenomen van de indianen indien deze al ingebruik waren door die barbaarse wilden. POTOSI is de grootste mijn van het continent. Men giet er grote staven zilver, geeft deze na afkoeling een onderverdeling in metalen schijven, stempelt ze éénzijdig in ter bewijs van verwerking, en zendt ze overzee naar Spanje om daar te worden afgewerkt; dit halffabrikaat draagt de naam COB.
Lima, Guatamala, Mexico, Santiago, Santa Fé. De aanweigheid van al dat zilver en goud lokt niet alleen God naar de Nieuwe Wereld, ook de Satan is danig aanwezig: de Japanners halen al zilver uit Peru voor de Spanjolen hun neus laten zien.. en iedere crimineel met een schip ligt op zee te loer om een boot van de Spanjolen te stelen, in opdracht van een vijandig land (Kaper of Boekanier geheten) danwel voor eigen rekening (Piratas danwel Piraat). De handelsmunt van de Nieuwe Wereld zal een 8 Reales munt worden met een globe, warvan de ene zuil Portugal voorstelt en de andere zuil Spanje, als verwijzig naar Tordesilhas en de opsplitsing van de aardbol.

In 1555 verschijnen de eerste muntstukken in de roulatie, wanneer Conquistadores gaan proberen handelsnederzettingen op te richten.

1588 De Spaanse militaire vloot wordt door weersomstandigheden en militair gekrakeel vernietigend verslagen. De Armada bestaat niet meer en de Spaanse zilvervloot ligt onbeschermd. De Spaanse invasie van Engeland is dan wel mislukt, maar Spanje is niet failliet; Engeland en De Republiek der Vereenigde Nederlanden zijn dat bijna wel.

Piet Heijn verovert er 1 en wordt een volksheld alhier... de Engelsen veroveren er veel meer.. en gedurende decennia wordt er gekaapt en gekaapt... in 1703 behalen de Engelse kapers een groot succes bij de Vigo-baai, welk woord VIGO dan prompt op de zilveren shilling verschijnt van koningin Anne, hetgeen nog eens gebeurt in 1746, wanneer George II wordt voorzien van het woord LIMA, als kaper-kapitein Admiral Anson bij de Philippijnen een zilvervlootschip verovert op de Spanjaarden. In het jaar 1804 woren Spaanse Pilaardollars voorzien van een merkteken met portret George III om direct de circulatie in te gaan op Engels grondgebied, terwijl tegelijkertijd dezelfde zilveren munten worden afgeschaaft en herslagen als BANK OF ENGLAND DOLLARS.

Simon Bolivar was de nekslag voor de Spaanse troon: de Spanjaarden verliezen terrein en Zuid-America is voor de Zuid-Amerikanen. Vanaf Bolivar's militaire expeditie varen geen zilvervloten meer heen en weer.

Noord-Amerika is een mengelmoes van Europese immigranten. Russen, Zweden, Duitsers, Engelsen, Fransen, Italianen, Hollanders stichten er aan de lopende band handelsnederzettingen, en Mexico is het laatste Spaanse bolwerk.

1776 De kolonisten van America o.l.v. George Washington schoppen de Britten van George III uit het land...
1782 De voormalige kolonie Amerika is erkend door andere landen als een zelfstandige natie.
1803 Louisiana verkocht aan de Amerikanen door Napoléon Bonaparte.
De Britten veroveren op Frankrijk de Canadese grondgebieden Montreal en Quebec.
1867 Russen verkopen Alaska aan Amerika.

Slechts 4 jaartallen met een grote invloed op de Noord-Amerikaanse muntslag.

Het begon met de landing in vroeg Nieuw Engeland en een aantal Indianen die betalen met kralen, welke gemaakt werden uit gevonden strandschelpen, in de lokale taal WAMPUM geheten. Daarnaast werd er ruilhandel gedreven met de kolonisten met beverhuiden en tabaksbladeren welke de eerste kolonisten aanduidden met VIRGINIA TOBACCO. Indianen hadden geen noodzaak om metalen schijven te accepteren. Met al de verschillende immigranten op 1 lapje grondgebied rouleren alle valuta's eigenlijk door elkaar heen: Hollands, Engels, Spaans, Duits, Zweeds en Frans, wat betreft de hoge waarden in de muntreeks van de diverse landen. Wanneer de eerste Amerikaanse zilveren dollar verschijnt blijft met name de Spaanse 8 reales doorcirculeren op grondgebied van de USA tot en met het jaar 1857.

De Britse Koning George III veroorzaakte veel problemen in de kolonies. Kortzichtigheid van de troon kostte vele mensenlevens wanneer een vorst niet naar zijn onderdanen luistert. De Amerikaanse kolonisten verzochten het moederland om muntgeld in kleine denominaties. Dit werd geweigerd door de Koning. Zodoende gaan de kolonisten zelf lage waarden slaan om het gebrek van pasmunt op te vangen, hetgeen koning George III verbiedt om te doen.

The Massachussets bay Colony had John Hull, en John is de eerste kolonist die zelf munten gaat slaan, de OAK TREE SHILLING, allen gedateerd op 1652, en met de mal in 1652 tot en met 1659 aangemunt. Het was West Indisch zilver, extreem dun.

XII = Shilling
VI = Sixpence
III = Threepence.
N.E. = New England

John Hull was de enige officiële aanmunter, aangewezen door het Gerechtshof van de Kolonie Boston (waar Speramus Meliora ook de wapenspreuk is).

Deze munten waren dun, dus breekbaar, en er bestaan slechts nog een paar van deze munten op de wereld: heb je er 1, hoef je nooit meer te werken!

De Oak Tree shilling was knullig muntje, en werd direct geschoeid (jatten van materiaal) en gekopieerd. De tweede oplaag van deze aanmunting heet de Willow tree shilling, daar de takken naar beneden buigen in plaats van het model waar de takken de hemel in groeien. De Willow Tree ziet er meer uit als een munt: MASATHVSETS IN en boom enerzijds, anderszijds XII of VI of III en het omschrift NEW ENGLAND AND DOM, waarbij de letterbreedte en letterdikte varieert. Ook deze hamerslag werd gekopieerd. En zo verschijnt al in 1655 een boek in de kolonies om de echte Oak Tree Shilling en Willow Tree Shilling te kunnen onderscheiden van de valserikken (TREATISE).

Ook de Willow Tree Shilling werd in 1652 aangemunt, en gedurende 30 jaar bijgeslagen met het jaartal 1652, hetgeen de Engelse koning Charles II een doorn in het oog was.

De Willow Tree Shilling wordt opgevolgd door de Pine Tree Shilling, waarvan de loofboom is veranderd in een naaldboom, en die gedateerd zijn op 1652, maar welke pas in 1667 tot en met 1682 zijn aangemunt, allemaal voorzien van het jaar 1652. Ook de denneboom werd veel vervalst.

Van de drie bomenmunten is de Pine Tree de minst kostbare, maar je kan er een aardig huis van kopen mits deze echt is.

Na Boston komt Maryland als muntenslaande kolonie.
1658: lord Cecil van Baltimore gaat zijn eigen zilveren munten slaan:

Shilling, Sixpence en 4 pence, alsmede koperen Pennies.
Het zilveren muntje heeft een portret van Cecil die naar rechts kijkt en op de andere kant het wapenschild van baltimore, het koperen muntstuk alleen eenzijdig het portret van Cecil. De oplaag was dermate klein omdat het een lokale munt betrof, dat deze Maryland heel erg duur zijn!

1681. In New Jersey gaat ene Mark Newby wonen, en hij heeft een zak halfpennies op zak, welke in 1678 te Dublin aangemunt zouden zijn, als je Mark zou geloven. De St. Patrick halfpence worden in de New Jersey Province tot wettig betaalmiddel verklaard in 1682 en rouleren vrijelijk in het straatbeeld. In New Jersey werden naar het voorbeeld van de St.Patrick ook later farthings vervaardigd met het zelfde uiterlijk doch verkleind.

Koning George I geeft ondertussen ene William Wood de opdracht om koperen muntpenningen te slaan voor Ierland en de Amerikaanse kolonies. De meeste van de munten van Wood dragen geen datum, maar er zijn uitzonderingen bekend met jaartallen van 1722, 1723,1724 en 1733.

Op 12 juli 1722 gaat William aldus aanmunten voor THE PLANTATIONS, zoals de USA bij de Britten heette. Tussen 1722 en 1734 verschijnen de munten van BATH-METAL, een zilverlegering van TUTANAIGE (ZINC EN KOPER EN SPELTER BESTEMD VOOR CHINA EN DE WEST-INDIES), waarvan 20 OUNCES Bath-metal gelijk stond voor 1 pennyweight zilver danwel 19 ons Tutanaige danwel 15 ons koper. Het metaal werd gemaakt uit houten mallen, waarop een grote gesneden Roos stond afgebeeld: de ROSA AMERICANA was geboren, en meerdere muntmakers hebben nieuwe mallen gesneden. We kennen ze bij naam, dar zij hun naam volledig bij de roos neerzetten:

LAMMAS
HAROLD
STANBROKE

aangemunt op de volgende lokatie;
French change, Hoog Lane, 7dials London.

Aanvankelijk waren de Rosa Americana hoogreliëf. Ze hadden een koperen verguld uiterlijk, welke spoedig verdween, net als de details in het hoog reliëf. Probleem als je met hout munten gaat gieten zijn brandvlekken op de randen van het metaal. Het portret van George I staat op deze munten, geslagen in dominaties van 2, 1 en 1/2 penny. Het grootste deel van deze muntslag rouleerde in Ierland, doch de Ierse immigranten die in deze tijden van hongersnood en aardappelziekte de sprong waagden naar Nieuw England te verkassen, namen hun munten mee, en slechts een deel van de William Wood heeft dus daadwerkelijk in de USA gerouleerd. Je kan van 1 Wood een huisje kopen.

Lord Cecil, William Wood, John Hull en Mark Newby zijn aldus de mensen die er voor zorgden dat Amerikanen nog steeds over PLANTATION PIECES spreken als indicatie van de eerste munten in de VS.

In 1782 erkent Groot Britannië de Verenigde Staten van Noord-Amerika als onafhankelijk land. Deze erkenning van een moederland en een voormalige kolonie betekent de start van een mondiale beweging van dekolonisatie, welke in 1999 eindigt met de teruggaaf van Macao aan de Chinezen.

Vanaf 1776 moet er echter al geld komen: je bent onafhankelijk, maar je hebt een economie te onderhouden, en geld is daar de motor van.
New Hamphire is de eerste kolonie die proefslagen maken, maar welke niet in de circulatie terecht komen.
Vermont was de eerste kolonie wanneer Reuben Harmon gaat aanmunten in koper in juni 1785, wanneer de beroemde VERMONT CENTS in het straatbeeld verschijnen, aangemunt tot en met 1788, in een serie van 11 varianten die duur zijn om te kopen!
Vreemd genoeg hebben sommige VERMONT CENTS een portret op de munt van de Engelse koning George III in het jaar 1787 en 1788, alsmede de maagd Britannica op de keerzijde. Ook valt er soms in 1788 Georgius III Rex te lezen, terwijl de koning van Engeland allang geen heerser mer is.

1787, New York.
The Manufacture of Hardware wordt opgericht door 10 fabrikanten uit het Newyorkse zakenleven. Doel: aanmunten van pasmunt van koper.
De bekendste 2 fabrikanten zijn Harmon en Cooley, die pennies op bestelling slaan, en de staten die bestellen zijn Connecticutt, New York State en Vermont. Deze munten hebben nauwelijks uiterlijk en waardeaanduiding en zien er meer uit als tokens. De fabrikanten vonden het ook gemakkelijk het al roulerende geld gewoon te kopiëren, van elke Vermontcent verscheen hun VERMONT AUCTORI- versie van George II en de maagd Britannica.

Connecticut was al eerder bezig met de vraag naar pasmunt. In 1785 was er al een tweetal ondernemers aan de gang om iets van de grond te krijgen. Connecticut lag tegen Frans grondgebied aan, aangeduidt met FRENCH COLONIES, en aldaar rouleerden geimporteerde munten uit de Franse havensteden Rouen en La Rochelle, de zogenaamde SOUS-MARQUES. Dit gebied noemden de Fransen naar hun koning Louis, LOUISIANA.

Tot en met het einde van de jaren 1790 is er een wirwar van initiatieven en wordt er in een hoop metalen pasmunt aangemunt, als token aangeduidt, m.u.v. goud en zilver. Er moet 1 muntstelsel komen welke in alle staten gehanteerd gaat worden.

Gouverneur Morris van Financiën spreekt het eerst over decimaliseren. Bijna elke staat hangt zijn muntslag op aan het Spaanse 8 Reales-stuk. Robert Morris, Superintendant of Finance en familie van de Gouverneur, dient in 1782 een wetsvoorstel hiertoe bij het Congres van Afgevaardigden, op basis van de Unit Morris, waarbij door een ingewikkelde calculatie de nieuwe Amerikaanse munt een verhouding heeft van 1/1440 op de roulerende Spaanse pilaardollars. In Februari 1782 zou het Congres hierover moeten stemmen, maare om onduidelijke redenenen blijft dit achterwege.

Senator Thomas Jefferson, de latere president, is het niet eens met de decimaliserings berekening van Robert Morris: te ingewikkeld. Alles van 1 tot 10 maken, en dat is dat. In 1784 gaat Jefferson ermee aan de gang.

1785 . In mei van dat jaar wordt door de Grand Committee een gouden 5 dollars-munt geadviseerd, een zilveren dollar in onderverdelingen van 10, te weten 1/2, 1/4, 1/10, 1/12 en koperen munten van 1/100 en 1/200 van een dollar. Juli 1785 keurt het Congres dit voorstel goed. Doch de interne landsbelangen verhinderen de muntslag.

Ondertussen verschijnen er in Massachussets 1/2 cents en 1 cents in 1787 en 1788, welke de eerste decimale munten ter wereld zijn. De muntslag van Massachussets werd echter niet erkend door de federale staten, welke de FUGIOCENT, ook wel FRANKLINCENT aangeduidt, wel de erkenning gaven als wettig betaalmiddel voor alle staten, ook al was hij door een in 1787 door het Congres aangewezen fabrikant aangemunt.

Alexander Hamilton is Secretary of the Treasury (soort minister van Financieën) geeft de toestemming in januari 1791 om een decimaal dollarstelsel ingang te laten vinden op basis van BIMETALEN muntslag. Zijn handtekening zorgt ervoor dat vanaf april 1792 de Amerikanen hun eerste Muntwet krijgen.

Het muntstelsel van 1792:

Goud

1. Eagle, koopkracht 10 dollars
2. Half-Eagle, 5 dollars
3 Quarter-Eagle, 2 1/2 dollars

zilver

4. Dollar, 100 Cents
5. Half-Dollar 50 Cents
6. Quarter-Dollar, 25 Cents
7. Disme, 10 Dents (later werd disme dime geheten)
8. Half-Disme, 5 Cents

koper
9. Cent, 1/100 Dollar
10. Half-Cent, 1/200 Dollar.

In Juli 1792 openen de deuren voor een speciaal hiertoe gebouwde faciliteit in 7street Philadelphia met als directeur de wetenschapper en philosoof David Rittenhouse (1792-1795), hiertoe aangewezen door de regering in Washington District Capital. Er zijn meer munten nodig dan je kan hameren, dus het toverwoord van deze jaren is de voortvarende manier van de Amerikanen: mechanisatie van het aanmuntingsproces.
En toch blijkt niet te kunnen worden voldaan aan de vraag naar pasmunt:
Naast Philadelphia in Pennsylvania zien we munthuizen ontstaan in

Charlotte, North Carolina
Carson City, Nevada
Dahlogena, Georgia
Denver, Colorado
New Orleans, Luisiana
San Fransisco, California.

Hiermee verlaten we de USA en gaan we naar Canada. We springen terug in de tijd naar de Franse hoofdstad Parijs, waar in 1763 de Vrede van Parijs wordt gesloten.
Onderdeel van de Verdag is de Britse toegestane aanwezigheid in de Franse kolonie Canada. Niet iedereen was gelukkig met deze uitslag.

1774. De Quebec-akte onder George III regelt de burgerrechten en godsdienstvrijheid van de Franse inwoners van het gebiedsdeel in Quebec , waaraan de huidige Amerikaanse Staten Minnesota, Wisconsin, Michigan, Ohio, Indiana en Illinois als grondgebied toebehoorden. De Britten gaven Quebec terug aan de Fransen in 1783.
Quebec splitste zich op in 1791 in Upper Canada en Lower Canada, zeer tegen de zin van de inwoners, die rebelleerden in 1837 en 1838 (Victoria). In 1840 werden de 2 gebiedsdelen wederom samen gevoegd zonder echter veel succes.

In 1770 wordt St. John's Island onafhankelijk van de kolonie Nova Scotia, en ontvangt zijn nieuwe naam Prince Edward Island in 1780. Nova Scotia wordt nog kleiner in 1784, wanneer een gebiedsdeel onafhankelijk wordt onder de naam New Brunswick.

In 1858 wordt de kolonie British Columbia gepromoveerd tot Crown Colony, daar er een goudkoorts heerst omdat er goud wordt gevonden en gelukszoekers uit alle wereldhoeken ineens vertrekken naar de kroonkolonie.

Vancouver Island (Van Coevordenland) werd toegevoegd aan British Columbia om de bevolkingsexplosie op te vangen in 1866. De maritieme provincies daarentegen discusieëren op dat moment al sinds 1864 over een gezamenlijk bestuur. Het gebied van British North America wordt aldus geformeerd onder de nieuwe naam DOMINION OF CANADA in 1867. Formeel staatshoofd is de koning/koningin van Engeland.
De aansluiting van alle autonome regio's in deze staatsvorm wordt beëindigd in 1949, wanneer New Foundland als laatste toetreedt. Alle voormalige autonome staten worden provincies genoemd.

In de Franse Gebieden waaronder Montreal daarentegen worden nog steeds tokens aangemunt om het tekort aan pasmunt te compenseren. Deze tokens worden veelal aangemunt in zowel decimale waarden als Sterling waarden (Sterling is de benaming van het antieke Britse muntstelsel gebaseerd op Shilling) tot diep in de regeerperiode van Victoria (1837-1901). Banken en handelsmaatschappijen munten onafhankelijk aan.

Na de samentrekking van Upper- en Lower Canada wordt al het roulerend Britse en Amerikaanse zilver en goud toegelaten in het geldsysteem; het koper wordt geleverd door de Bank van Montreal in 1842 en 1844, de Quebecbank in 1852 en de Bank van Upper Canada tussen 1850 en 1857.
In 1858 wordt de Dollar ook officieel de zilveren munt van Canada, aangemunt op gelijke voet met de Amerikaanse Dollar.

1870. Het Britse en Amerikaanse zilver verdwijnt uit de roulatie en hiertoe worden lokale zilveren munten(tokens) aangemunt.

1876 Een enorme hoeveelheid centen wordt de ciculatie ingegooid, dioch dit verhinderd niet dat er te weinig van zijn als benodigd, en we zien dan ook Britse Halfpennies vrijeleijk rouleren naast het Canadese geld tot en met het jaar 1900, als ook de verschillende Banktokens samen met de Halfpennies officieel ongeldig worden verklaard als wettig betaalmiddel in de Dominion. Gouden 10 en 5 Dollars worden aangemunt tussen 1912 en 1914, doch de Eerste Wereldoorlog zorgt ervoor dat hier een spoedig eind aan komt. Het Canadese Goud krijgt de letter C en wordt nu geslagen als Brits Sovereign, tussen 1908 en 1919 doorlopend aangemunt.

De zucht naar Goud leidde tot de oprichting van de Royal Mint te Ottawa, en van deze muntplaats is de letter C aldus afkomstig: later hernoemd in The Royal Canadian Mint.

De muntreeks volgens de eerste Muntwet van Canada;

1. 10 Dollars goud
2. 5 Dollars goud
3. Sovereign goud (5 Dollars)
4. zilver Dollar 100 Cents
5. zilver Half-Dollar 50 Cents
6. zilver Quarter-Dollar 25 Cents
7. zilver 10 Cents
8. zilver 5 Cents
9. bronzen cent.

Op alle munten van Canada hoort het staatshoofd te staan, zijnde de koning of koningin van Groot Britannië.

Met de invoering van het decimale stelsel in Canada verlaten we dit land en tevens dit continent.

Terug naar “Geschiedenis en het onstaan van munten”