Hoofdstuk 3. Rome

In deze rubriek vindt je veel informatie over het onstaan van de munt. Veel achtergrond informatie en leuke weetjes. Houdt je niet in om leuke weetjes te plaatsen.

Moderator: grivnagozer

grivnagozer Nederland
Moderator
Moderator
Berichten: 2676
Lid geworden op: 28 jul 2009, 01:47
Locatie: rotterdam

Hoofdstuk 3. Rome

Bericht door grivnagozer » 10 mar 2010, 12:04

We lazen in hoofdstuk 2 dat door de onafhankelijke instelling van Griekse stadsstaten uiteindelijk het gehele systeem leidde tot verzwakking, wat leidt tot de verovering van Hellas door de Romeinen, welker heerschappij een nieuw hoofdstuk zal betekenen in de geschiedenis der muntslag. Door het hoogreliëf van de Hellenistische muntslag zijn de munten niet stapelbaar. De Romeinen zullen uiteindelijk er voor zorgen dat er in diepreliëf geslagen gaat worden, wat de mogelijkheid geeft tot doelmatischer vervoer en telling door dat men kan stapelen in rijtjes van 5 of 10.

Het vroeg Romeinse muntstelsel is eveneens een gewichtenstelsel, dat begon met rechthoekige onregelmatige stukken metaal AES RUDE (GROVE AS) in de vorm van een staaf of een baksteen. De Romeinen in deze tijd worstelen met verschillende maatvoeringen en gewichten in de metalen ondergrond.

Om toch het leven en de handel met de Griekse kolonies te vergemakkelijken, moet er iets éénduidigs komen, en men verzint grote stukken brons, welke men als AES GRAVE (ZWARE AS) aanduidt, en welke allemaal het zelfde gewicht hebben.

Als gewichtseenheid stond nog steeds de os, welke de Grieken eveneens hanteerden. de os was het Romeinse Pond, die werd onderverdeeld in 12 ons. Aldus ontstond de volgende gewichtsschaal:

1 as grave= 1 pond , gemerkt I, danwel 12 ons
1 semis= 1/2 pond, gemerkt S, danwel 6 ons
1 tremis= 4 ons cijfer IV
1 quadrans= 3 ons cijfer III
1 sextans= 2 ons cijfer II
1 uncia= 1 ons cijfer I

Een zwaar en klunzig rekensysteem ontvouwde zich, en ongewenst bij de overige Italiaanse stammen (Etrusken) en de Grieken, waartoe het systeem was opgezet, die wilden geen Aes grave accepteren. Het moet gemakkelijker kunnen.

Zodoende wordt een systeem bedacht waarbij de inscriptie ROMA danwel ROMANO (van de Romeinen) en de metaal verandert van brons naar zilver, doch door constante gewichtsaanpassingen was het een totaal onbetrouwbaar geheel welke de onderlinge handel niet mogelijk maakte.

Hannibal van Carthago trekt de Alpen over met zijn olifanten en wordt weer teruggefloten door Carthago naar Spanje, waardoor uiteindelijk de Romeinen als overwinnaar zullen keren na de Punische oorlogen. Hannibal liet een Carthaags systeem echter achter van 3 denominaties in het zilver:

Een zilveren Denarius

Een zilveren Quinarius

en een bronzen Sestertius, welke onderverdeeld was in 7 gewichtseenheden, waarvan de kleinste een half ons woog, zijnde de Semuncia.

In Groot Britannië is de schrijfwijze in het decimale stelsel met de D tot 1970 een afgeleide schrijfwijze geweest van de Romeinse denarius.

De zilveren Denarius is nu 10 bronzen Aes Grave waard. De Denarius is geslagen, terwijl de Aes Grave gegoten werd. Geleidelijk aan zal de Denarius stijgen tot een waarde van 16 Aes Grave.

De zilveren Quinarius is nu een 1/2 Denarius.

De bronzen Sestertius is nu een 1/4 Denarius.

Om het raar te maken: door overwonnen stammen in gewonnen oorlogen bestaan van alle 3 deze munten ook gouden exemplaren, afkomstig van goud van het slagveld danwel van losgeld.

Tussen 213 voor Christus tot ongeveer 106 voor Christus is dit muntstelsel van kracht geweest.

TRESVIRI AURO ARGENTO AERE FLANDO ET FERIUNDO.
EEN MONDVOL, HETGEEN BETEKENT: DE 3 MANNETJES DIE BELAST ZIJN MET HET GIETEN EN SLAAN VAN GOUDEN, ZILVEREN EN BRONZEN MUNTEN.

De Romeinse Republiek liet dit lucratieve baantje over aan 3 senatoren, welke in den beginne al of niet doelbewust naamloos waren. Deze burgerlijke ambtenaartjes werden naar aangenomen niet erg belangrijk gevonden. Naar mate de tijd verstrijkt, vinden sommige mannetjes zichzelf heel gewichtig, en zo zien we soms delen van hun naam of titel in het muntbeeld verschijnen. Hun baantje duurde slechts 1 jaar, en zodoende kunnen numismatici en historici zich zetten op de reconstructie van de bij naam of toenaam bekende senatoren, te vergelijken met de hedendaagse staatssecretarissen en ministers van Financiën.

Er zijn rollen bewaard gebleven tot op de dag van vandaag, zodat een groot aantal dezer ambtenaren bekend zijn en specifieker nog: op jaar traceerbaar.

Deze 3 mannetjes waren verantwoordelijk voor het intrinsiek gewicht, het correct gewicht en het eigen handmatig beschrijven van de naam op de munten. Naamloosheid werkt echter corruptie in de hand.. in het laatste jaar van de Romeinse Republiek was het al gewoonte geworden dat bestuurders hun portret op de munten lieten zetten, dit naar Hellenistisch voorbeeld.

Typisch Romeins is echter dat alleen de portretten bestemd waren om voor de legers de bevelhebber te kunnen herkennen! Alzo komen de portretten van Julius Caesar, Brutus, Pompeyus, Agrippa of Marcus Antonius in deze periode naar voren.

De zoon van Julius Caesar, Octavianus (welke zich keizer laat kronen onder de naam Augustus) plaatste niet alleen zijn kop op de munt, maar regelde ook dat er jaarlijks een gouden muntslag verscheen, waartoe het gehele muntstelsel op de schop ging.

Het nieuwe geld in het nieuwe muntstelsel van Octavianus zou gaan gelden in het gehele Romeinse Keizerrijk:

1 Aureus (meervoud Aurei) = 25 Denarii
1 Quinarius Aureus= 1/2 Aureus= 12 1/2 Denarii
1 Denarius = 4 koperen Sestertii
1 zilveren Quinarius = 2 koperen Sestertii
1 Sestertius = 4 koperen As = 2 koperen Dupondii
1 Dupondius = 2 koperen As
1 As= 4 koperen Quadrantes
1 Quadrant= 1/4 As

Dit muntstelsel van Octavianus betekende dat alle circulerende munten werden ingenomen en omgesmolten (denk aan de introductie van de Euro). Tot aan keizer Caracalla (211-217AD) bleef het stelsel ongewijzigd.

Caracalla voegde een munt toe aan deze reeks, naar hemzelf ANTONINUS genoemd, zijnde een ANTONINIANUS, welke een zilveren munt was en groter dan de denarius, en waarbij de rekeneenheid was gesteld:

1 Antoninianus = 2 Denarii

De munt was direct herkenbaar door de stralenkroon rond het hoofd van de keizer. Spoedig verdrong de Antoninianus de Denarius in het betalingsverkeer. Zilver bleef deze niet; er werd meer en meer op beknibbeld en steeds meer brons werd er aan toegevoegd. Dit was door de constante oorlogen en gebiedsuitbrieding schering en inslag bij de Romeinen.

De keizerlijke serie is op Romeins gebied niet de grootste uitdaging, maar wel de meest indrukwekkende. Alle munten dragen de kop van de keizer, met uitzondering van de laagste der koperen denominaties.

TRP op de munt in het omschrift is het aantal maal dat hij tribuun/senator is geweest; en COS wil zeggen het aantal keer dat hij consul is geweest. Er staan dan altijd Romeinse cijfers achter.

Het gehele goden en godinnenrijk passeert wel eens de revue, aangevuld met buitenlandse goden die het goed deden in het oude Rome (Egypte, Syria), meegenomen door de terugkerende legioenen. De kreet VIRTVS MILITVM betekent MOED DER SOLDATEN.

Regeringsgebouwen, toenmalige wereldwonderen, dieren, inname van Judea, Dacia en overige toekomstige provincies, moeder de vrouw, er staat van alles en nog wat op.

In 240 volgt de grote muntherziening van keizer Aurelianus; dit is de laatste muntherziening van het Romeinse keizerrijk. In 247 steken de Gothen (Duitsers) de Donau over, brandschatten de graanschuur Dacia en vermoorden keizer Trajanus Decius. Tot en met het jaar 410 na Christus blijft dit een nimmer ophoudende strijd, totdat uiteindelijk de Goth Alarick Rome plundert en platbrandt.

Atilla de Hun en zijn kornuiten maken het sloopwerk af, na eerst in 450 na Christus verslagen te zijn door een bondgenootschap van Romeinen en Gothen in de Slag bij Chalons, om in 452 weer terug te keren om geheel Italië in de brand te steken.

Het koninkrijk Perzië strijdt tegelijkertijd aan de oostgrenzen van het Romeinse Rijk met wisselend succes. Ondanks de uitmuntende logistiek van de Romeinen is het aantal soldaten te klein om de grenzen alhier te bewaken. Het keizerrijk voor een paard... paarden waren tekort en verhinderde een doelmatige verdediging. Keizer Diocletians zet zijn administratie in het oosten op terwijl het westen bijna alle soldaten krijgt wegens de Gothen en andere rebelleerende stammen. Keizer Constantijn de Grote zal in 312 na Christus een stad bouwen aan de oevers van de Bosporus, Byzanthium danwel Constantinopel geheten, aan de oevers van de Zwarte Zee. Strategisch omdat hij zich goed kon verdedigen jegens de Perzen. Zodoende bleef het restant van het ooit zo machtige Romeinse Rijk nog een kleine 1000 jaar in staat hun aanvallers af te weren, totdat in 1453 de Ottomaanse turken o.l.v. Saladdin Constantinopel veroveren en herdopen in Istanbul.

Het Oostromeinse rijk was extreem rijk, zodat gouden muntslag meer voorkwam dan munten in mindere metalen in hetleven van alledag. het christendom komt op en het stikt er van de Christelijke symboliek, waar Constantijn aarzelend mee was begonnen. Naast een keur van heiligen is altijd de Keizer danwel de keizer en diens echtgenote afgebeeld.

Tot grote irritatie van de diverse vroeg-Islamitische volkeren, die eerst ruwweg Byzantijnse munten kopiëren om daarna alleen maar teksten op de munt te zetten, naast eventueel een bijtekentje als tulp of zwaard.

Terug naar “Geschiedenis en het onstaan van munten”